Projectplan en zo zal het worden...
Vorige Naar overzicht Volgende
                

Inleiding

Een eigentijds antwoord op de zoektocht van mensen naar de zin van het bestaan......

Vijf jaar nu, is er samengewerkt door de gezamenlijke Enschedese kerken in het Pastoraat na Ramp. De kerken wilden aanwezig zijn voor de getroffenen van de vuurwerkramp. Er was geld voor vijf jaar om mensen vrij te maken en actief te zijn en pastorale hulp te bieden voor hen die dat wilden. Deze tijd raakt op. Het werk moet verder in een ander vorm als een eigentijds antwoord op de zoektocht van mensen naar de zin van het bestaan. Voor dat werk hebben we de volgende kernboodschap geformuleerd:


In verhalen ligt levenswijsheid en kracht. Daarom worden ze op vele manieren doorverteld. Zo wordt levensvreugde en eigenwaarde gevonden. Dat geldt voor verteller en luisteraar. Een gastvrije en open sfeer is een voorwaarde.

Want in ieder leven zit van oorsprong vitaliteit en kracht. Verhalen maken dat al eeuwen lang zichtbaar en daarom laten mensen zich erdoor inspireren. Het aanwezig zijn betekende vooral luisteren naar de verhalen van de mensen. Luisteren met een warm en open hart. Luisteren zonder oordeel of agenda. Maar vooral luisteren vanuit de overtuiging:
- dat de menselijke waardigheid onverwoestbaar is
- dat er altijd veerkracht is, vitaliteit en perspectief
- dat luisteren ervoor zorgt dat de verteller die waardigheid en veerkracht en dat perspectief zelf zal vinden.
Een verhaal vertellen aan of uitbeelden voor een aandachtige en geïnteresseerde luisteraar is het verhaal ook opnieuw vertellen aan jezelf. Maar door die luisteraar wordt het ook voor de verteller altijd anders.

Uit het werk van het Pastoraat na Ramp is de gedachte gegroeid om door te gaan en vooral de ervaring met verhalen centraal te stellen in de manier van werken en dat methodisch verder uit te bouwen.

In deze notitie proberen we te schetsen wat het Huis van Verhalen Enschede zal zijn, wat het zal doen en hoe we zullen werken. Het is bedoeld als “Het Plan” op basis waarvan het bestuur besluiten kan nemen. Het is bedoeld als inspiratie voor de vrijwilligers die het grotendeels zullen moeten bouwen en tot leven brengen. Het is ook “Het Plan” dat ten grondslag kan liggen aan het werven van fondsen en steun voor wat we willen maken, zijn en doen.

Dit plan is tot stand gekomen op basis van het werk van een zestal groepen vrijwilligers. Succes heeft altijd (achteraf) vele vaders en moeders. De vele vaders en moeders waren er nu al vooraf. Dit moet wel goed gaan.

Verhaal
Het schildpadje schudde de blaadjes van zich af. Hij was juist onder de wortels vandaan gekropen waar hij de nacht had doorgebracht. Hij keek om zich heen. Ja, dit was zijn wereld. De open plek met de drie vliegdennen er in, het dichte bos in het oosten, het water van het meer in het westen. Daarachter hield het op geloofde hij. Maar waar kwam dan die vreemde drang vandaan om zijn kop in zijn schild te steken en zich zo te verstoppen voor de wereld? En tegelijkertijd die immense nieuwsgierigheid om te zien of alles nog hetzelfde was? Hij keek nog eens rond en zag de plekken waar hij gisteren van de weegbreeblaadjes had gegeten. Duidelijk te zien. Als je goed keek zag je ook de subtiele sporen van de route die hij gisteren had genomen in het nog van dauw natte gras. En toch was er iets. Ja het was zijn wereld, en voorzover hij kon zien was hij het ook zelf die erin was, maar er was nog iets, toch iets....

Ineens wist hij het weer. Gisteravond, in zijn kop was er plotseling een verhaal. Het was toen hij slaperig werd en het begon zo:
Het schildpadje schudde de blaadjes van zich af. Hij was juist onder de wortels vandaan gekropen waar hij de nacht had doorgebracht. Hij keek om zich heen. Ja, dit was zijn wereld. De open plek met de drie vliegdennen er in, het dichte bos in het oosten, het water van het meer in het westen. Daarachter hield het op geloofde hij. Maar waar kwam dan die vreemde drang vandaan om zijn kop in zijn schild te steken en zich zo te verstoppen voor de wereld? En tegelijkertijd die immense nieuwsgierigheid om te zien of alles nog hetzelfde was? Hij keek nog eens rond en zag de plekken waar hij gisteren van de weegbreeblaadjes had gegeten. Duidelijk te zien. Als je goed keek zag je ook de subtiele sporen van de route die hij gisteren had genomen in het nog van dauw natte gras. En toch was er iets. Ja het was zijn wereld, en voorzover hij kon zien was hij het ook zelf die erin was, maar er was nog iets, toch iets....

Ineens wist hij het. Het verhaal. Nu het er was, was hij anders en zijn wereld anders. Het was alsof hij nu op twee manieren naar zichzelf en de wereld kon kijken, gewoon en door het verhaal heen.

Alleen gewoon was daardoor ook niet meer gewoon.... het was nu één van de manieren en niet meer gewoon dé manier....

Een beetje eng was het wel. Daarom wou hij ook wegkruipen. Maar er was nu ook opeens zoveel meer ruimte dan vroeger dat hij zijn nieuwsgierigheid niet langer kon bedwingen.

Identiteit en visie

Identiteit en visie op de toekomst...

Identiteit in deze context is meer dan de verklaring dat dit werk sterke wortels heeft in vijf jaar werk van samenwerkende kerken. Dat is zo en zal zo blijven. De vrijwilligers zijn op dit moment vrijwel allemaal mensen die actief zijn in één van de kerken die om het rampgebied liggen en dat zal zo blijven. Meer en andere vrijwilligers zijn welkom.


Identiteit betekent hier ook de vaste intentie om een maatschappelijk initiatief te blijven dat grotendeels op vrijwilligers draait. Er zullen  beroepskrachten nodig zijn om dat methodisch en organisatorisch mogelijk te maken. Om de vrijwilligers op te vangen, op te leiden, te coachen, etc. Maar, het werk zal werk zijn en blijven van vrijwilligers. We gaan op dit moment uit van zo’n 25 tot 30 actieve vrijwilligers op ongeveer 1 formatieplaats voor beroepskrachten. Een belangrijk aspect van onze identiteit en visie is dus dat we een vrijwilligersorganisatie zijn. De vraag is dan wat is de identiteit van die vrijwilligers? Wat drijft hén om hun huis te verlaten, dit stuk van de wereld in te stappen en een deel van hun tijd te wijden aan anderen? Wij verwachten dat hun drijfveren en identiteit in het verlengde zullen liggen van wat we als organisatie willen zijn en worden, hoe divers ook hun achtergrond en doelen.

Identiteit bedoelen we hier ook als focus en ambitie. Waar richten we ons met name op en waar willen we naar toegroeien? Het werk is gegroeid uit aandacht voor de getroffenen van de vuurwerkramp. Niet als belangenbehartiger, maar als menselijke opvang, als rustpunt, mogelijkheid tot bezinning en hervinden van zin, vitaliteit en perspectief in het leven.
Dat zal de primaire focus blijven. We zijn er voor de Roombekers, al wonen ze daar misschien niet meer, of zijn ze er later pas komen wonen. “De Ramp” is niet de grens van het werk. Het leven is verder gegaan. Er is nadien meer gebeurd. De verhalen kunnen gaan over nieuwe onderwerpen, of oudere in een nieuw verband. Maar we zouden onze identiteit geen recht doen als we niet jaarlijks op 13 mei in groot en/of klein verband aandacht hebben voor de vuurwerkramp en te herdenken en gedenken.

Met identiteit bedoelen we ook de vraag naar wat en wie onze activiteiten feitelijk stuurt. En dat is hier: “wat er leeft bij de mensen die we ontmoeten, die ons opzoeken of zich door ons uitgenodigd weten”. We hebben geen beleidsdoelstellingen die onze activiteiten sturen. We doen niet aan opbouw van een kerkelijke gemeente. We werken niet vanuit de doelstelling van bijvoorbeeld “versterken van sociale cohesie in de wijk”. We zijn ervan overtuigd dat we er aan zullen bijdragen, maar het is niet het anker. We zijn geen zorginstelling, die mensen in psychische of sociale nood planmatig probeert te genezen of de weg te wijzen. We zijn ervan overtuigd dat we zullen bijdragen aan het hervinden van zin en perspectief van mensen die dat bij ons komen zoeken, maar het is niet het anker.
Het anker is de bezoeker, met wat hij/zij komt brengen, vragen of halen. Niet meer en niet minder.

Identiteit, toon je door hoe je je presenteert en de stijl, plaats en aankleding van je “Huis”. De belangrijkste presentatie is “presentie”: aanwezig zijn waar mensen elkaar willen ontmoeten en met elkaar in contact willen komen. We zullen er zijn, regelmatig, met onze bolderkar op de plekken waar mensen elkaar ontmoeten. We zullen er zijn in het voorzieningencluster met een “Huis”. In “het Huis” zal een gespreksruimte zijn, “een keukentafel” waar je kunt praten over wat je bezighoudt en individueel of in kleine groepen kunt werken met verhalen.  Bestaande verhalen gebruiken of nieuwe laten ontstaan. In het huis is ook een “bezinningsruimte”. Een plek waar je kunt nadenken, mediteren, lezen, schrijven, tot rust komen in stilte.

Identiteit tenslotte blijkt vooral uit wat je doet. We gaan in dit plan uit van drie soorten activiteiten. De eerste twee vormen de kern van ons werk. Daarheen zal de aandacht van de professionals gaan en de meeste inzet van de vrijwilligers. De derde is belangrijk, maar meer in termen van actief samenwerking zoeken met anderen die we daarin als leidend zien.

Presentie:
De belangrijkste is en blijft “het aanwezig zijn voor mensen die hun verhaal kwijt willen, bezinning zoeken, een luisterend oor vragen en een warm en open hart”. Met “aanwezig zijn” bedoelen we “we zullen daar zijn waar mensen zijn en iets laten gebeuren”. We noemen dit “Presentie”.  Presentie is: er zijn met, en van daaruit vóór anderen en aansluiten bij het vreugdevolle en droevige dagelijks leven. Met de presentiebenadering bedoelen we (het scheppen van een kans tot) methodische aanwezigheid die gekenmerkt wordt door onthaasting, trouw, erkenning van de ander en aansluiten op de leefwereld. Dat betekent ook:
- het niet hebben van een eigen agenda en doelstelling;
- intensief, betrokken en open luisteren;
- waarin beleving van waarde en waardeloosheid kan klinken en
- een begin van een nieuwe perspectief kan doorklinken.
De presentiebenadering is ontwikkeld in de opbouw van nieuwe vormen van pastoraat in oude wijken van de grote steden in het westen van het land. Dr. A. J. Baart heeft de presentiebenadering beschreven en uitgewerkt tot een nieuw methodisch concept dat uitgaat van de waardigheid van ieder mens: ieder mens doet er toe en mag dat ook ervaren.
We blijven mensen opzoeken, thuis als dat de plaats is waar het gesprek het best op gang komt, we blijven mensen opzoeken met de bolderkar om met mensen in gesprek te raken en we zullen in ons “Huis van Verhalen” in het voorzieningencluster de deur open hebben, voor hen die ons willen opzoeken. Dat worden vaak “1-op-1-gesprekken” al zullen we dat veelal met twee vrijwilligers tegelijk doen. Dat zijn geen gesprekken gericht op hulpverlening, maar gesprekken waarin je mag zijn wie je bent, aan de orde mag stellen wat je bezighoudt, gesprekken zonder oordeel, gesprekken waarin actief en betrokken luisteren centraal staat.

Verhalen:
De tweede activiteit is methodisch werken met verhalen. Dat kan ook individueel, maar we zullen activiteiten organiseren waarin we met groepen werken en mensen elkaar kunnen vinden, helpen en voor elkaar perspectieven openen door wat ze aan elkaar vertellen, tonen, vragen en meegeven. Een verhaal dat gehoord of verteld wordt genereert vanzelf al effecten: het kan mensen raken, ze kunnen erdoor met elkaar op een zinvolle manier in gesprek komen, ze kunnen erdoor tot rust komen, het kan zorgen voor nieuwe perspectieven etc. Daarnaast bestaan er methodieken die de potentie en het leereffect van een verhaal kunnen vergroten, verdiepen en versnellen. In deze methodiek wordt dusdanig met eigengemaakte en traditionele verhalen gewerkt dat het mensen aanspreekt en prikkelt op hun luistervaardigheid, compassie, betrokkenheid, beeldende creativiteit en vermogens om op een gezonde manier handelend in het leven te staan. Dit helpt bij het ontwikkelen van communicatieve vaardigheden en kan een belangrijke bijdrage leveren aan traumaverwerking, het omgaan met conflicten en het genereren van sociale cohesie. Wij denken dat de ervaring die we hierbij opdoen ook interessant kan zijn voor professionals die elders met posttraumatische situaties werken (zoals met de brand in Volendam, het brandwondencentrum in Beverwijk etc).
Deze verhalen worden (als mensen dat willen) vastgelegd en kunnen een bron betekenen voor mensen die ze lezen of horen. De vijftien verhalen uit “In het voorbijgaan” die ter gelegenheid van de herdenking van de ramp in 2005 zijn gemaakt vormen een eerste proeve van het soort werk dat we langs deze weg willen ontwikkelen.

Herinneringsgericht leren:
De derde activiteit hebben we “herinneringsgericht leren” genoemd. Het Roombeek had een typische eigen identiteit vòòr de ramp. Wat nu ontstaat wordt gekleurd door de ramp en de ambitie om in het verlengde daarvan een nieuwe kwaliteit te maken, waarnaar de oude bewoners en bedrijven kunnen terugkeren. De ramp is een collectief trauma dat nooit helemaal geneest en ook bij mensen in balans nog steeds terugkomt. Dit leerconcept sluit aan bij “herdenken” of “gedenken”. Waarom moet er herdacht worden? Omdat in de ramp veel mensen zich in hun bestaan bedreigd voelden. Het is een opgave met het oog op de toekomst. Het is meer dan elkaar vertellen hoe erg het was. Het is recht zetten en recht houden. Herdenken om er voor te zorgen dat het morgen niet opnieuw te laat is.  We willen bijdragen aan het vasthouden van kennis en ervaring, van de verbinding met wat er was, met wat er gebeurde tijdens en na de ramp, in de wederopbouw en in het leven nu in de nieuwe wijk. Ook anderen zijn daarin actief (de Roombekerschat*, Droombeek*, musea), maar we willen stimulerend met hen samenwerken. Ons materiaal ter beschikking stellen en toelichten, digitaal materiaal van anderen toegankelijk maken, groepen ontvangen en samen de educatieve mogelijkheden verkennen.

*Roombekerschat: een methode voor een wijkaanpak, die gericht is op het versterken van de sociale samnehang in de straat, buurt en wijk.
* Droombeek: verzamelt verhalen in woord, beeld en geluid van (oud-)bewoners van Roombeek

Doelstellingen

Voorwaarden scheppen voor (echte) ontmoetingen van mensen......

De mensen van het Huis van Verhalen Enschede willen voorwaarden scheppen voor (echte) ontmoeting van mensen. Ontmoetingen waarin we luisteren naar elkaar en ruimte maken voor verdieping, bezinning en zingeving. In die ontmoetingen gaat het om het zien van mensen als een geheel en niet met het stempel van slachtoffer, hulpbehoevende, nieuwkomer, buitenlander, of iets anders.

We willen in die ontmoetingen werken aan het vinden van nieuwe perspectieven voor en door de mensen zelf. We geloven in de menselijke waardigheid en gaan er van uit dat mensen in problemen niet hun waardigheid hebben verloren, maar er alleen tijdelijk zelf het zicht op kwijt zijn. We problematiseren niet, maar zoeken het in de heelheid en creativiteit van de vitale mens.

We willen een plek maken waarin mensen de geschiedenis van de wijk, met de ramp daarin, levend kunnen houden, verwerken en voor anderen herkenbaar en toegankelijk maken. We willen vandaag gisteren herdenken opdat het morgen niet opnieuw te laat is. Zo werken we aan bewustzijn van de identiteit van de wijk, aan sociale cohesie, werken we aan randvoorwaarden waardoor mensen in hun kracht kunnen komen door wat voor elkaar te betekenen. We willen dat kleinschalig doen met eigen materiaal op eigen kracht, maar ook een motor zijn in de samenwerking met anderen die dit op meer professionele basis kunnen organiseren.

We willen als vrijwilligersorganisatie vanuit onze ontstaansbronnen ‘vuurwerkramp en verhalen’, werken met de verhalen, thema’s en vragen die onze bezoekers aansnijden en stellen.

Activiteitenplan

Wat ons voor ogen staat is het volgende beeld......

Wat we in deze paragraaf schetsen is een streefbeeld. Voor dat streefbeeld is geld nodig dat er nog niet is en zijn meer vrijwilligers nodig dan er nu zijn. Er draaien nu zo’n 30 vrijwilligers mee, deels in de uitvoering van het werk dat nu loopt (huisbezoeken en de bolderkar), deels in bestuurlijke rollen en als meedenker in het ontwerpproces. Een tiental vrijwilligers is op projectbasis betrokken geweest bij de pilot “in het voorbijgaan” en hebben verhalen gehaald bij getroffenen en hun steunpilaren. We hebben hieronder een aantal activiteiten gerubriceerd. Voor de bezoekers zullen ze in elkaars verlengde liggen en in elkaar overlopen.

Wat ons voor ogen staat is het volgende beeld:

I.  Presentie: aanwezig zijn

  • de bolderkar: op een aantal (zater)dagen per maand, afhankelijk van seizoen en weer door de wijk trekken met de bolderkar en toegankelijk zijn voor degene die wil praten of luisteren
  • huisbezoeken: op aangeven van het maatschappelijk werk van het terugkeerproject bezoeken onze vrijwilligers mensen thuis.
  • open huis in het Huis van Verhalen: We willen toewerken naar het zes dagdelen per week open zijn voor aanlopers en op afspraak, bij aanwezigheid van voldoende vrijwilligers.
  • we willen aanwezig zijn op evenementen in de wijk en bijdragen aan de organisatie ervan als dat gevraagd wordt
  • we zullen jaarlijks op 13 mei iets organiseren ter herdenking van de ramp
II.  Verhalen: individueel en in groepen

  • we willen de ervaring in de pilot “in het voorbijgaan” uitbouwen en met mensen samen verhalen blijven maken die gaan over  perspectieven die mensen zelf ontdekken
  • we zullen open avonden organiseren waarbij we met de verhalen van de mensen werken (mits ze dat op prijs stellen en/of toestaan) door ze voor te lezen en de gasten prikkelen om aan het verhaal mee te bouwen en er iets mee te doen op hun eigen wijze
  • we zullen groepen vormen van mensen die gezamenlijk willen werken met hun verhalen met verschillende creatieve werkvormen (tekenen, schilderen, muziek, mime, toneel, gedichten, e.a.)
  • we zullen de verhalen die zo ontstaan ter beschikking stellen van anderen (ter plaatse en op de website)
III. Leren van wat er is gebeurd: in samenwerking met andere professionele organisaties

  • we willen met ons materiaal en onze mensen bijdragen aan rondleidingen door de wijk
  • we willen met ons materiaal en onze mensen bijdragen aan lesmateriaal en educatieve activiteiten voor bezoekende groepen
  • we willen bijdragen aan de zoektocht naar talenten en helpen mensen met elkaar in contact te brengen (zie de Roombekerschat), bijdragen aan straatavonden, etc.
  • we willen materiaal tentoonstellen dat we zelf hebben verzameld, maar ook materiaal van anderen toegankelijk maken en daarbij uitleg geven waar nodig.

Organisatie

De organisatie zal als structuur betrekkelijk simpel zijn......

De organisatie zal als structuur betrekkelijk simpel zijn. We mikken op één vaste beroepskracht voor het presentiewerk en de dagelijkse leiding voor + 0,7 fte . Voor het begeleiden en professioneel neerzetten van het werk met verhalen en het herinneringsgericht leren (educatie) is gekozen voor een projectmatige beroepsondersteuning voor circa 0,5 fte. 


De beroepskracht voor presentie en management zal vooral werken in de sfeer van begeleiding en coaching van vrijwilligers, relaties onderhouden met de organisaties waaruit vrijwilligers afkomstig zijn (nu veelal de kerken) en samenwerking met andere actieve groepen of organisaties in Roombeek. De beroepskracht voor de verhalenkant en herinneringsgericht leren (educatie) zal vooral vaardig moeten zijn in het ontwerpen en uitvoeren van groepsactiviteiten met verhalen en het hanteren van verschillende werkvormen daarbij. Ook daar ligt een taak in het samenwerking zoeken met andere organisaties, kunstenaars en dergelijke.


Het werk in de presentie wordt gedaan door groepen vrijwilligers. Zeg maar ongeveer 6 voor de bolderkar en huisbezoeken en ongeveer 12 voor de aanwezigheid in het Huis. Het individueel werken met verhalen zal gebeuren door vrijwilligers. Daarvan zijn er nu tien begeleid en gecoacht en ze hebben het begin gehad van een opleiding daarin. De vrijwilligers die dat hebben gedaan zijn inzetbaar geweest op projectbasis en we verwachten een aantal daarvan meer structureel te kunnen inzetten.

Het werken met verhalen in groepen zal vooralsnog door ingehuurde professionals plaatsvinden. We bezien nog wat er mogelijk is aan inzet van vrijwilligers.
Het werken in de sfeer van herinneringsgericht leren zal gebeuren door vrijwilligers die daartoe meedoen in de projecten van anderen en daarin ook worden begeleid. De kaders en afspraken rond de samenwerking met anderen worden gezet door de beroepskrachten en (op hoofdlijnen) goedgekeurd door het bestuur.

Het bestuur is nu een bestuur op afstand waarin mensen zitting hebben die actief zijn in de participerende kerken en proberen die kerken ook bij het werk en de stichting te betrekken. Het is geen kerkelijke stichting in die zin dat de kerkbesturen principiële bestuurshandelingen moeten goedkeuren. Wij zijn er voorstander van om ook in andere maatschappelijke geledingen dergelijke ankers te leggen en ook actieve mensen uit de wijk in het bestuur te betrekken. We verwachten dat, gegeven het soort vrijwilligersorganisatie, het bestuur in de toekomst minder op afstand zal komen te staan. Wij verwachten een actieve rol in het werven van fondsen (voor projecten bijvoorbeeld en het vasthouden van structurele sponsoren) en het ondersteunen en ook werven van vrijwilligers.
Enschede, 1 januari 2006