Geschiedenis
Vorige Naar overzicht Volgende

Na de vuurwerkramp van 13 mei 2000, die een hele woonwijk van de kaart veegde, wilden de kerken in Enschede een bijdrage leveren aan het herstel van het leven. “Wat kunnen we?” vroegen ze zich af. We kunnen luisteren en niet te snel opgeven. We kunnen zo nu en dan een eindje oplopen met getroffenen die een lange weg te gaan hebben. Zo ontstond het project ‘Pastoraat na Ramp’, dat vijf jaar lang zou mogen duren als aanvulling op het werk dat geloofsgemeenschappen zelf zouden verzetten. Een project met vrijwilligers en twee parttime beroepskrachten. Een klein project met grote oren.

Al luisterend ontdekten we hoe belangrijk het voor een mens is om een verhaal te hebben. Er is zo veel kapot gegaan op de dag van de ramp. Aan de buitenkant en aan de binnenkant. Al vertellend bouwen mensen uit de brokstukken aan een nieuw verhaal voor zichzelf. Gaandeweg word je weer hoofdpersoon in je eigen levensverhaal. Dat maakt iemand sterker. Maar dat niet alleen: Dat verhaal kan ook tot hulp zijn voor een ander. Er ligt kracht in opgeslagen. Vertellend en luisterend helpen mensen elkaar bij het herstel van het leven en de hoop op toekomst.
Tijdens de bombardementen op Afghanistan spraken twee oudere vrouwen die zich hadden moeten verbergen voor het geweld van de vuurwerkramp, met elkaar. Ze protesteerden met kracht tegen het oorlogsgeweld omdat ze wisten wat het met het leven doet. Ze voelden wat moeders en kinderen daar moesten voelen. Grenzen waren er even niet.

Uit deze ervaringen is het idee voor een Huis van Verhalen gegroeid. Een Huis van Verhalen, wat is dat nou weer? Het gaat om mensen die boodschap hebben aan elkaar. De een vertelt en de ander luistert. Het is uit het leven gegrepen: ouders die hun kind ophalen van school, mensen die elkaar treffen in het winkelcentrum, jongeren op de hoek van de straat, buren die in hun tuintje bezig zijn, vrienden aan de bar, of een gesprek aan de keukentafel. Zo gewoon en tegelijk zo belangrijk. Het ‘Huis van Verhalen’: het staat overal waar mensen stilstaan bij elkaar en boodschap hebben aan elkaars verhaal. Het gaat in het ‘Huis van Verhalen’ om gehoord worden.
Mensen kunnen er op verhaal komen. En van daaruit zullen die verhalen een weg vinden naar anderen: in onderwijs, in groepsgesprekken, of rond het kampvuur. Om niet te vergeten wat niet mag worden vergeten. Zo wordt de kracht van de verhalen dubbel gebruikt, helend voor de verteller en voor de hoorder. De wereld is vol verhalen die steeds opnieuw worden verteld vanwege de kracht en de wijsheid die er in liggen opgeslagen. Ook die verhalen zullen er te vinden zijn.

Uiteindelijk zal het Huis van Verhalen in de zomer van 2006 een plekje krijgen in het Voorzieningencluster aan de Roomweg, waar bijvoorbeeld ook scholen en verenigingen een nieuw thuis zullen vinden. Klein, maar fijn zal het zijn. Met een verhalenruimte, niet groter dan een huiskamer. Met een stilteruimte, waar mensen even bij zichzelf kunnen komen, een kaarsje kunnen aansteken of een gedachte op kunnen schrijven. En met een ruimte, waar je één op één in alle rust een gesprek kunt voeren.
Hoe het er precies zal zijn, kan nu nog niet gezegd worden. Want het huis moet gebouwd worden met de verhalen van mensen. Het zijn hun verhalen. Het is hun kracht. Wie weet kan het Huis van Verhalen een bijdrage leveren aan het leven in het nieuwe Roombeek. En wie weet reiken de verhalen wel veel verder.

Het idee voor het Huis is geboren vanuit het pastoraat aan getroffenen. De vuurwerkramp heeft veel mensen voorgoed getekend. Vragen naar schuld en zingeving zijn expliciet geworden. Maar de ruimte ontbreekt om de vragen te delen en gemeenschappelijk op zoek te gaan naar antwoorden. Haast kenmerkt de ontwikkelingen. En de overheid wil het liefst vandaag nog vergeten wat er gisteren is gebeurd. Is de lange adem niet de kracht van pastoraal werk en horen de vragen naar schuld en zingeving niet tot haar core business? Die lange adem schept ruimte en rust om niet aan die vragen voorbij te gaan. Zo kan het pastoraat de wereld ten dienste zijn. Zoals ds. Otto Ruff, betrokken bij de pastorale nazorg van de Bijlmerramp, het verwoordde: “De kerk heeft tweeduizend jaar ervaring met vragen van lijden en dood.”

Volop in ontwikkeling naar een ‘Huis van Verhalen’ gaan we als ‘Pastoraat na Ramp’ gewoon door waar we ooit begonnen zijn, aan de keukentafel bij mensen thuis, met de bolderkar op de hoek van de straat, luisterend naar de verhalen van voorbijgangers. Daarnaast wordt er nauw samengewerkt met  opbouwwerkers van de Roombekerschat, de ontwikkelaars van Droombeek en de gemeente met het terugkeerdersproject. Zo bouwen wij met elkaar aan het Huis van Verhalen.